|

| Het heeft 2 hoofden, zes
benen en één staart. Wat is dat? |
| Hij die het maakt, wil het
niet hebben. Hij die het koopt, zal het niet gebruiken. Hij die
het gebruikt, heeft er geen weet van. Over wat hebben we het
hier? |
| Het heeft een been, maar
het kan niet lopen. Het heeft twee vleugels, maar het kan niet
vliegen. Het draagt een bril, maar het kan niet zien. Het heeft
haar, maar het kan niet gekamd worden? |
| Ik
ging naar de markt met zes zeven en acht koeien, ik verkoop er
2, hoeveel heb ik er over? |
| |
Dat hangt af van wat ik
verkoop, 2 zeven of 2 koeien of 1 koe en 1 zeef |
| Wat heeft ogen
maar kan niet zien? |
| Hoe meer ik droog hoe natter
ik word? |
| Het is wel in een jaar maar
niet in een eeuw. Steeds in een maand maar nooit in de week. Wel
in een dag maar niet in een uur. Wat is dat? |
| Ik ben wat ik ben maar als
je weet wat ik ben ben ik het niet meer. |
| Maak 24 met 1,3,4 en 6. Deze getallen
moet je juist 1 keer gebruiken en je mag +,-,*,/ en haakjes
zoveel gebruiken als je wil |
| Je bent een ridder en je wilt de prinses redden. Er zijn 2
torens. In ëën van die torens zit dus de prinses, je weet echter
niet dewelke.
Voor elke toren staat een bewaker. Eén bewaker spreekt altijd de
waarheid, de andere liegt altijd. Je weet niet welke bewaker
liegt en welke de waarheid spreekt.
Je mag slechts één vraag stellen. Welke vraag moet je stellen
zodat je ZEKER weet waar de prinses zit.
Dus je mag maar aan één bewaker, één vraag stellen. |
| |
Je vraagt welke weg de andere zou
aanraden en dan ga je de andere kant op. |
| Ik heb 4 kisten die elk op slot zijn en
ik heb de 4 bijhorende sleutels. Je weet niet welke sleutel bij
welk slot hoort. Hoeveel keer moet je minimaal proberen om zeker
te zijn welke sleutel bij welk slot past? |
| |
Je pakt een sleutel en past hem op 3
dozen: als hij op niets heeft gepast, weet je dat hij op de 4e
doos past. Dat zijn al 3 beurten. Je neemt een 2e sleutel en
past op 2 van de 3 resterende dozen. Als de sleutel niet heeft
gepast, dan hoort de sleutel bij de 3e doos. Nog eens 2 pogingen
erbij. Neem de 3e sleutel en pas hem op 1 van de 2 resterende
dozen: als hij niet past, past hij op de andere doos. De laatste
sleutel past op de overblijvende doos. Besluit: 1 + 2 + 3 = 6
beurten. |
| Hoeveel vierkanten bevinden zich in een
schaakbord ? |
| |
64 + 49 + 36 + 25 + 16 + 9 + 4 + 1 = 204
Je telt dus telkens grotere vierkanten, je begint met de
kleinste vierkanten (de 1*1 vierkantjes), dit zijn er 64.
Vervolgens de 2*2 vierkantjes, die kunnen op 7 plaatsten staan
op de horizontale as, en op 7 plaatsen op de verticale as, dus
in het totaal 49 vierkanten, enz. |
|
Vul de
passende letters in (3 keer dezelfde):
Vogels in de . . . . . .
Een vliegtuig dat ik . . . . . .
Een vrouw in haar . . . . . . |
| Gemeentewerker Charel krijgt van de
burgemeester de opdracht op het gemeenteplein 5 rijen van 4
bomen te zetten. De bomen vindt hij in het magazijn. Als hij
niet slaagt in de opdracht wordt hij ontslagen. "Een makkie",
denkt Bob. Als hij echter aan het magazijn aankomt ziet hij dat
er maar 10 bomen ter beschikking zijn. Kan jij Bob helpen alsnog
5 rijen van 4 bomen te maken? |
| |
Trek vijf
lijnen die geen van allen evenwijdig zijn aan elkaar. Elke lijn
zal dan door alle vier de andere lijnen gesneden worden, en het
totaal aantal snijpunten is 4+3+2+1 = 10. Zet op elk snijpunt
een boom. Op die manier kan Bob toch nog 5 rijen van 4 bomen
vormen. |
|
Een
man komt een dorp binnen op vrijdag, hij gaat naar een herberg,
eet daar zijn avondmaaltijd, en gaat slapen. 's Ochtends eet hij
zijn ontbijt op, en pakt zijn spullen. Daarna vertrekt hij weer
op vrijdag. Hoe kan dit? |
|
Als
je dit in een vol vat bier doet, is het leeg... |
|
Marc komt
elke dag van zijn werk om 17u met de trein aan. Zijn vrouw zorgt
er steeds voor, dat ze stipt op dat moment met de auto bij het
station arriveert. Marc stapt dan in en ze rijden huiswaarts. Op
zekere dag komt Marc om 16u30 met de trein aan, waarvan zijn
vrouw niet op de hoogte is. Hij besluit naar huis te wandelen.
Na enige tijd komt hij zijn vrouw tegen, die op weg is naar het
station. Marc stapt in en ze rijden naar huis. Nu blijkt dat ze
10 minuten eerder thuis zijn dan gewoonlijk. Hoe lang heeft Marc
gelopen? |
| |
Zijn vrouw spaart 10
minuten (5minuten heen en 5 minuten weer). Ze ontmoet haar man
dus om 16u55. De trein arriveert om 16u30. Marc heeft dus 25
minuten gestapt. |
| Ergens staat een huis. Elke zijde heeft
uitzicht op het noorden. Er loopt een beer langs, welke kleur
heeft de beer? |
| |
Kan niet, een huis met aan alle zijden
zicht op het noorden staat op de zuidpool, maar daar leven
pinguins en geen ijsberen. |
| Is het in Rusland verboden dat een man
met de zus van zijn weduwe trouwt? |
| |
Kan niet: een man kan niet met de zus
van zijn weduwe trouwen omdat hij zelf dood is! |
| Jij bent mijn zoon maar ik ben niet jouw
vader, wie ben ik? |
|